Wat kun je kopen als je begint met beleggen?
In artikel 1 hebben we besproken waarom vroeg beginnen met beleggen belangrijk is. Maar nu komt de vraag: wat kun je eigenlijk kopen? En hoe maak je een goede keuze?
De meeste particuliere beleggers kiezen uit een paar hoofdcategorieën. We leggen ze hieronder kort, simpel en praktisch uit.
1. Sparen
Sparen is geen beleggen, maar veel mensen zien het als alternatief omdat je natuurlijk rente ontvangt op je spaarrekening. Je kunt tegenwoordig vaak meer rente krijgen dan je denkt. Meer over de beste spaarrekeningen, kosten en actuele rentes lees je in het artikel vergelijking tussen aanbieders.
Waarom veilig? Omdat je geld tot €100.000 per bank (per persoon) onder het depositogarantiestelsel valt. Dit betekent dat de overheid jouw geld netjes uitbetaalt als de bank/tussenpartij failliet gaat.
2. Deposito sparen
Dit is eigenlijk hetzelfde als sparen, maar je zet je geld vast voor een bepaalde periode (bijvoorbeeld 1 of 5 jaar).
Voordeel: hogere rente dan op een gewone spaarrekening.
Nadeel: je kunt niet zomaar bij je geld. Wil je het toch opnemen? Dan betaal je vaak een boete.
Het is net zo veilig als gewoon sparen, want ook deze rekeningen vallen onder het depositogarantiestelsel. De best renderende depositorekeningen worden ook toegelicht in het artikel vergelijking tussen aanbieders.
3. Actieve beleggingsfondsen
Je moet het zo zien: je geeft jouw geld aan een groep professionals. Zij kopen en verkopen aandelen of obligaties voor jou, met als doel om een zo goed mogelijk rendement te halen ten opzichte van het risico dat jij loopt. Je hebt vast wel eens gehoord van Robeco, maar er zijn talloze fondsen. Ook de grote banken in NL bieden deze fondsen aan.
Voordeel: je hoeft zelf niets te kiezen en het geeft weinig stress.
Nadeel: hoge kosten (vaak meer dan 1% per jaar).
Benieuwd welke actieve fondsen historisch gezien goed gepresteerd hebben? Bekijk onze vergelijking van ETF's en actieve fondsen →
4. Aandelen
Je koopt een stukje van een bedrijf. Je bent dan eigenlijk een stukje eigenaar van het bedrijf en ontvangt dan ook een stukje van de winst (dividend). Daarnaast kan jouw aandeel natuurlijk meer waard worden. De waarde van een aandeel hangt niet alleen af van hoe het bedrijf nu presteert, maar vooral van de verwachtingen over toekomstige winst. Stijgen die verwachtingen? Dan stijgt meestal ook de prijs van jouw aandeel.
Jouw totale winst als je een aandeel koopt (en weer verkoopt) = koerswijziging + dividend.
Rekenvoorbeeld rendement aandeel
Je koopt 1 aandeel van bedrijf X voor €10.
Na 1 jaar: Het aandeel is gestegen naar €12 → koerswinst. Je hebt €0,50 dividend ontvangen.
Koerswijziging: €12 − €10 = €2 winst. Dividend: €0,50.
Totale winst: €2 + €0,50 = €2,50
Voordeel: kans op hoog rendement.
Nadeel: veel risico als je niet spreidt.
Hoeveel aandelen heb je nodig voor goede spreiding? Wetenschappelijk onderzoek zegt: minimaal 20–30 aandelen uit verschillende sectoren en regio's.
Belangrijk: de meeste particuliere beleggers die zelf aandelen selecteren, presteren slechter dan beleggers die een simpele ETF kopen.
5. ETF's (Exchange Traded Funds)
ETF staat voor Exchange Traded Fund, ook wel passieve fondsen genoemd. Een ETF is een pakket van verschillende producten dat jij in één keer kunt kopen via brokers (zoals BUX of DeGiro) of jouw bank. In plaats van dat jij één aandeel van Coca-Cola koopt, koop je met één ETF een klein stukje van honderden of zelfs duizenden bedrijven. Ook hierbij ontvang je dividend.
Voordeel: lage kosten, brede spreiding, eenvoudig.
Belangrijke termen die je tegenkomt bij ETF's
Equal Weight vs Market Cap Weight
Market Cap Weight: grote bedrijven wegen zwaarder mee. Voorbeeld: in een S&P 500 ETF weegt Apple ~6,5% en Starbucks ~0,16%.
Equal Weight: elk bedrijf weegt evenveel mee (~0,2% elk).
Accumulated vs Distributed
Accumulated: dividend wordt automatisch herbelegd → je ETF wordt meer waard.
Distributed: dividend wordt uitgekeerd op je rekening.
Xtrackers, iShares, Vanguard — dit zijn aanbieders van ETF's. Zij zorgen dat de fondsen periodiek worden geherstructureerd.
Benieuwd welke ETF's historisch gezien goed gepresteerd hebben? Bekijk onze vergelijking van ETF's en actieve fondsen →
6. Andere risicovolle producten
Crypto
Digitale munten zoals Bitcoin. Deze munten hebben geen "onderliggende waarde" — wat betekent dat er bijvoorbeeld geen bedrijf, fysieke bezittingen of winst onder ligt.
Voorbeeld: een aandeel van Coca-Cola vertegenwoordigt een bedrijf dat frisdrank verkoopt en winst maakt. De winstvoorspelling bepaalt de koers. Daarnaast heeft Coca-Cola natuurlijk ook overal op de wereld bezittingen.
Bitcoin is daarentegen puur digitaal en de waarde hangt af van vraag en aanbod. Het gevolg is dat crypto grotere koersschommelingen kent (zeker kleinere digitale munten).
Crypto kun je tegenwoordig bij bekende aanbieders, zoals BUX, DeGiro en Trade Republic verhandelen. Mocht je exotischere en minder populaire munten willen verhandelen, dan kun je het best een account aanmaken op Coinbase.
Hefboomproducten (Leverage)
Je handelt praktisch gezien met geleend geld.
Voorbeeld: je zet €100 in met een hefboom van 2 (wordt ook wel als 2x leverage aangeduid). De positie die je inneemt is dan niet €100, maar €200. Stijgt de koers 50%? Je winst is dan: +€100 (€200 × 50%). Daalt de koers 50%? Je verlies is dan: −€100 (€200 × 50%). Jouw volledige inleg is dan weg en jouw positie wordt gesloten.
Soms vraagt de broker om bij te storten als jouw inleg weg is (of bijna weg is), zodat jouw positie open kan blijven. Dit noemen we een 'margin call'.
Leverage kan gebruikt worden in combinatie met turbo's, opties, maar ook met gewone aandelen en ETF's. Je hebt misschien niet direct door dat je handelt met geleend geld, maar wees wel alert op het woord "leverage" en "hefboom". Geld lenen kost geld — de procentuele jaarlijkse beheerkosten van dit soort producten liggen aanzienlijk hoger dan op producten zonder leverage.
Risico: kans op snelle winst, maar ook op margin calls en volledig verlies van jouw inleg.
Pennystocks
Hele goedkope aandelen, vaak speculatief en worden relatief weinig verhandeld. Kenmerkend voor deze "kleine" aandelen zijn hoge winsten/verliezen en volatiliteit.
Voorbeeld succes: Amazon begon ooit goedkoop.
Voorbeeld mislukking: veel biotechbedrijven die failliet gingen.
Koopbaar via brokers en banken, maar houd rekening met extra risico en volatiliteit.
Obligaties
Je leent geld aan bedrijven of overheden.
Voorbeeld: een overheid geeft een obligatie van €1.000 uit met 3% rente per jaar. Jij koopt die obligatie en krijgt elk jaar €30 rente. Veiliger dan aandelen, maar lager rendement.
Beginners doen dit vaak via een obligatie-ETF (een pakket obligaties).
Actieve fondsen vs passieve fondsen (ETF's): wat zegt de wetenschap?
ETF's (passief) verslaan actieve fondsen in 90% van de gevallen op lange termijn.
Belangrijkste reden: kosten. ETF's kosten vaak 0,1–0,3%, actieve fondsen 0,8–1,5%.
Conclusie
Je hebt veel keuzes, maar voor de meeste beginners is een breed gespreide ETF de meest toegankelijke en beste start: lage kosten, veel spreiding, en bewezen effectief.
Wil je concreet zien welke ETF's en actieve fondsen goed gepresteerd hebben? Bekijk onze vergelijking van ETF's en actieve fondsen →
Maar wat moet je nou kopen? Wanneer is een goed moment om te beginnen? Alles in één keer of elke maand een beetje? En moet je altijd wat cash achter de hand houden?
In het volgende artikel bespreken we precies dat: "Wanneer instappen en hoe bouw je een strategie die bij jou past?"